Interview Mobiliteit | Henk Zoomers (PGGM) over zijn CO2-missie

Diederik Diederik
• Laatste update:
Henk Zoomers, foto: Marcel Cazemier

Hij greep naast de felbegeerde Mobiliteitsmanager van het Jaar Award, maar daar ligt Henk Zoomers niet wakker van. Als manager facility services bij pensioendienstverlener PGGM kijkt hij liever vooruit, want er is meer dan genoeg te doen in een functie waarvan hij verwacht dat die onherkenbaar verandert. En van het veranderingsproces naar wat het dán wordt wil hij absoluut niets missen. 

Pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM heeft een groot hoofdkwartier met een enorme parkeergarage. Maar de dichtstbijzijnde bushalte ligt op tien minuten loopafstand en het NS-station is nog verder weg. Vandaar dat het mobiliteitsbeleid van PGGM sterk leunt op auto’s; het omvat een wagenpark van 230 stuks. En omdat PGGM internationaal opereert maar geen buitenlandse vestigingen heeft, maken de medewerkers ook nog eens flink wat vlieguren. Henk Zoomers, al tien jaar lang verantwoordelijk voor het mobiliteitsbeleid van PGGM, neemt ons mee langs de kernpunten van zijn vak en bedrijf. 

“Ons beleid leunt sinds een jaar of zeven volledig op CO2– en kostenreductie. Onze auto’s moeten voldoen aan een jaarlijks dalend CO2-plafond. Dat is nu 120-130 gr/km, voor volgend jaar is het voorstel om te dalen naar 102-120 gr/km. Aan een merkenbeleid doen we niet; wij stellen de grens vast en bewaken die, de betrokken partijen mogen onderling uitmaken hoe ze eronder blijven. De berijder kent zijn normbedrag, hij kan eenvoudig online een auto uitkiezen die binnen de regels valt, de gekozen configuratie gaat naar onze twee leasemaatschappijen en ik kies welke daarvan de auto mag bestellen.” 

“De uitstoot van ons wagenpark ligt ver beneden het gemiddelde van onze leasemaatschappijen. Dat zal wel weer omhoog gaan als volgend jaar de nieuwe WLTP-meetmethodiek wordt ingevoerd, maar we hebben ook dan een prima uitgangspunt. Dat komt ook doordat wij al vroeg aan de slag zijn gegaan met stekker-hybrides en elektrische auto’s. We waren dus ook redelijk vroeg met laadpalen; we begonnen ongeveer 7 jaar geleden met vier stuks en inmiddels hebben we er 24. Daarmee lopen wij behoorlijk voor en daar ben ik best trots op.”

Je moet niet moeilijk doen over uitzonderingen, want die bepalen niet de grote getallen.

“Ons beleid op het gebied van vliegreizen is ook aangescherpt. Voor een businessclassvlucht wordt drie keer de CO2-uitstoot gerekend die geldt voor een reis in economyclass. Dus door de grens voor businessclass op te rekken van een vliegduur van 6 naar 10 uur en korte vluchten uit te sluiten, bespaar je meteen heel veel CO2. Maar soms moet iemand per se naar Madrid vliegen en is businessclass de enige optie omdat er geen andere stoel meer beschikbaar is; daar moet je dan niet moeilijk over doen, want zulke uitzonderingen bepalen niet de grote getallen.”

“We werken prima samen met Arval en Alphabet. Ik krijg de beste prijs en optimaal beheergemak en zij gingen akkoord met mijn eis dat de contractvoorwaarden gedurende de gehele looptijd niet wijzigen, al vergde dat nogal wat overredingskracht. We geloven bovendien heilig in samenwerking met lokale partijen; dat kunnen autodealers zijn, maar ook een lokale fietsenhandel en de Profile Tyrecenter om de hoek. Met hen onderhandel ik over kortingen en service en daarna heb ik er geen omkijken meer naar. Profile stuurt bijvoorbeeld de mensen die in aanmerking komen voor een winterbandenwissel gewoon een mailtje dat het weer tijd wordt en iedereen regelt het vervolgens zelf. Het werkt allemaal perfect. De lijnen zijn kort, ik heb altijd dezelfde mensen aan de telefoon en als er eens iets misgaat is het binnen een mum van tijd opgelost. Daardoor hoef ik geen overbodige dingen te doen en kan ik me concentreren op mijn kerntaken.”

“Samenwerking betekent voor mij ook af en toe je licht opsteken bij anderen. Ik heb bij talloze importeurs en dealers gezeten om ze onze toekomstdoelen uiteen te zetten, onder het motto: nu weet je wat we zoeken, denk hier slim in mee en help ons met oplossingen te komen. Dat is leuk, want zo kijk je bij elkaar in de keuken, denk je minder vanuit je eigen product, maar vanuit het bereiken van zo’n doel.”

Helikopterblik

“Ik werk nauw samen met onze manager duurzaamheid en een IT-collega die onze digitale dashboards maakt. Vaak schuiven onze HR-collega’s aan, de contractmanager inkoop en een van onze vermogensbeheerders – als ervaringsdeskundige – en onze directeur finance & control. We hebben een helder beleid en dankzij onze dashboards is elke denkbare parameter waarmee we te maken hebben volledig inzichtelijk. Het kostte wel wat moeite om onze partners daarin mee te krijgen, want we verlangen van ze dat ze hun maandelijkse rapportages op een specifieke manier aanleveren. Dat geldt voor iedereen, of het nu leasemaatschappijen zijn, leveranciers of reisbureaus. Maar de voordelen zijn groot: we hebben altijd een compleet overzicht van elke denkbare reisbeweging in elke denkbare modaliteit, van fiets tot vliegtuig, en dat doet niemand anders. Daardoor heb ik een helikopterblik op het beleid: ik werk met het totale plaatje. Willen we weten hoeveel medewerkers binnen 20 kilometer van de zaak wonen en met de elektrische fiets reizen? Een druk op de knop en we weten het.”

5 tips

1. Laat zien wat je beleid oplevert – toon de harde feiten.
2. Laat zien wat er binnen de beperkingen van het beleid allemaal wél mogelijk is.
3. Laat iedereen vragen stellen – leg je beleid uit en creëer zo draagvlak.
4. Steek je licht op bij collega’s.
5. Prikkel je partners tot creatief meedenken.

“We waren vroeg met hybrides en EV’s. We hebben al snel bepaald dat je, om in aanmerking te komen voor een plugin-hybride, niet verder dan 40 kilometer enkele reis van je werk mag wonen. En in de normcalculatie voor de leaseovereenkomst nemen we standaard een bedrag van 2.500 euro mee voor een laadpaal aan huis – of je ‘m nu kiest of niet.”

“Op EV-gebied leaseten we voor zakelijke ritjes voor facilities een van de eerste Nissans Leaf die op de markt kwamen. Om het personeel ook kennis te kunnen laten maken met elektrisch
rijden hebben we er daarna een tweede bij geleaset via Mister Green, die mensen konden gebruiken voor hun zakelijke ritten. Dat werd een redelijk succes, er was veel animo voor en de mensen waren echt geïnteresseerd. Maar de contracten liepen af en nu zitten we met de vraag: welke nemen we nu? We overwegen om een EV te in te zetten die onze mensen dan zowel zakelijk als privé kunnen gebruiken – voor het privégedeelte kunnen ze ‘m dan gewoon van ons huren op basis van een reserveringssysteem, dat werkt via het toegangspasje van de medewerkers. Maar het is heel belangrijk dat dit goed in te richten om achteraf problemen met de fiscus te voor-komen.”

Innovatie

“Waar ik telkens tegenaan loop is dat we aan de vooravond staan van enorme veranderingen, maar dat de overheid zowel op fiscaal gebied als op het gebied van infrastructuur enorm achterloopt. Met het fiscale beleid rond plug-inrijden heeft de overheid alleen maar fiscale sores veroorzaakt. Nu willen de mensen elektrisch rijden; de fabrikanten komen met de geschikte producten met – heel belangrijk – eindelijk voldoende actieradius, maar we kunnen er nog zo weinig mee, omdat de visie en het beleid van de overheid, ook van lokale overheden, voor elektrisch rijden ontbreken.

De mensen willen elektrisch rijden, maar de visie en het beleid van de overheid om dat mogelijk te maken ontbreken.”De mensen willen elektrisch rijden, maar de visie en het beleid van de overheid om dat mogelijk te maken ontbreken.

Er is een goede infrastructuur nodig, en bedrijven gaan die niet aanleggen. Dat heeft gevolgen voor onze keuzes. Wij hebben nu al laadpaalfiles en zoeken naar oplossingen. Maar als ik straks 200 EV’s zou hebben staan, zou ik een eigen hoogspanningsmast moeten laten plaatsen; dat is niet te doen. En dat is zonde, want ik geloof echt in elektrisch rijden – ook als het een tussenstap zou blijken te zijn.” 

Concepten en toekomst

“Ik was trots op mijn nominatie voor Mobiliteitsmanager van het Jaar, hoewel de verschillen tussen de kandidaten aantoonden hoe verschillend mobiliteitsbehoeften bij verschillende partijen zijn. Het is soms een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk ook dat je mobiliteitsconcepten zelf moet bedenken, zodat ze optimaal bij jouw organisatie passen. Wij hebben bijvoorbeeld te maken met vliegreizen, dat vergt oplossingen die anderen niet nodig hebben – en die veel mobiliteitskaarten en -concepten niet eens bieden. Maar daar kunnen anderen wél van leren en andersom.

p13 interview mobiliteit“Het is helemaal niet ondenkbaar dat mijn functie bij PGGM gaat verdwijnen. Door de technologie wordt alles immers meetbaar: je krijgt straks gewoon een paar kpi’s waar je binnen moet blijven en de berijder krijgt ’s avonds op de bank simpelweg een rood of een groen mailtje toegestuurd. Ik denk weleens: eigenlijk moet PGGM over een paar jaar helemaal geen leaseauto’s meer willen hebben. Geef de mensen een mobiliteitsbudget en laat ze het allemaal zelf regelen; private lease is in dat kader een prachtig product, maar er is zoveel meer mogelijk. Misschien hebben we straks helemaal geen mobiliteitskaarten meer nodig.”

“Ik geloof erin om mensen zoveel mogelijk zelf te laten doen. Ik wil mezelf als het ware overbodig maken. Ik doe geen dingen die niets toevoegen. Ik ben continu bezig met het bedenken van nieuwe, betere manieren om onze missie nog effectiever te kunnen uitvoeren en daar wil ik me op blijven richten, want er komen geweldig interessante ontwikkelingen aan, zoals autonoom rijden, waar ik enorm benieuwd naar ben. Maar er is soms zo weinig animo voor het bedenken van innovaties. Neem zo’n reserveringssysteem voor een EV via het toegangspasje van de medewerkers: niemand bood die oplossing, die moesten we zelf bedenken. Maar ik geef toe: soms ben ik ook té ongeduldig. Er wordt weleens tegen mij gezegd: Henk, ga alsjeblieft even wat langzamer – jij bent al de hoek om, maar wij beginnen net te lopen.”

PGGM in cijfers

PGGM is een coöperatieve pensioenuitvoeringsorganisatie met ruim 725.000 leden in de sector zorg en welzijn. PGGM verleent ook diensten op het gebied van vermogensbeheer, pensioenbeheer en bestuursadvisering. Op het hoofdkantoor in Zeist werken 1.500 medewerkers. Daarvan komen er 330 in aanmerking voor een mobiliteitspakket. Het wagenpark van PGGM omvat 230 auto’s, allemaal op geel kenteken. Dit jaar maken PGGM’ers tussen de 1.600 en 1.700 zakelijke vluchten. In 2016 bedroeg de totale CO2-uitstoot van PGGM 5.330 ton CO2 (tegen 6105 ton een jaar eerder); 50 procent daarvan kwam voor rekening van het wagenpark, 24 procent uit vliegreizen, 14 procent uit papiergebruik, 7 procent uit verwarming en 6 procent uit het OV. In 2020 wil PGGM zijn CO2-voetafdruk met 30 procent hebben verlaagd ten opzichte van 2015.

Interview Mobiliteit | Henk Zoomers (PGGM) over zijn CO2-missie | Fleet&Mobility

Interview Mobiliteit | Henk Zoomers (PGGM) over zijn CO2-missie

Diederik Diederik
• Laatste update:
Henk Zoomers, foto: Marcel Cazemier

Pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM heeft een groot hoofdkwartier met een enorme parkeergarage. Maar de dichtstbijzijnde bushalte ligt op tien minuten loopafstand en het NS-station is nog verder weg. Vandaar dat het mobiliteitsbeleid van PGGM sterk leunt op auto’s; het omvat een wagenpark van 230 stuks. En omdat PGGM internationaal opereert maar geen buitenlandse vestigingen heeft, maken de medewerkers ook nog eens flink wat vlieguren. Henk Zoomers, al tien jaar lang verantwoordelijk voor het mobiliteitsbeleid van PGGM, neemt ons mee langs de kernpunten van zijn vak en bedrijf. 

“Ons beleid leunt sinds een jaar of zeven volledig op CO2– en kostenreductie. Onze auto’s moeten voldoen aan een jaarlijks dalend CO2-plafond. Dat is nu 120-130 gr/km, voor volgend jaar is het voorstel om te dalen naar 102-120 gr/km. Aan een merkenbeleid doen we niet; wij stellen de grens vast en bewaken die, de betrokken partijen mogen onderling uitmaken hoe ze eronder blijven. De berijder kent zijn normbedrag, hij kan eenvoudig online een auto uitkiezen die binnen de regels valt, de gekozen configuratie gaat naar onze twee leasemaatschappijen en ik kies welke daarvan de auto mag bestellen.” 

“De uitstoot van ons wagenpark ligt ver beneden het gemiddelde van onze leasemaatschappijen. Dat zal wel weer omhoog gaan als volgend jaar de nieuwe WLTP-meetmethodiek wordt ingevoerd, maar we hebben ook dan een prima uitgangspunt. Dat komt ook doordat wij al vroeg aan de slag zijn gegaan met stekker-hybrides en elektrische auto’s. We waren dus ook redelijk vroeg met laadpalen; we begonnen ongeveer 7 jaar geleden met vier stuks en inmiddels hebben we er 24. Daarmee lopen wij behoorlijk voor en daar ben ik best trots op.”

Je moet niet moeilijk doen over uitzonderingen, want die bepalen niet de grote getallen.

“Ons beleid op het gebied van vliegreizen is ook aangescherpt. Voor een businessclassvlucht wordt drie keer de CO2-uitstoot gerekend die geldt voor een reis in economyclass. Dus door de grens voor businessclass op te rekken van een vliegduur van 6 naar 10 uur en korte vluchten uit te sluiten, bespaar je meteen heel veel CO2. Maar soms moet iemand per se naar Madrid vliegen en is businessclass de enige optie omdat er geen andere stoel meer beschikbaar is; daar moet je dan niet moeilijk over doen, want zulke uitzonderingen bepalen niet de grote getallen.”

“We werken prima samen met Arval en Alphabet. Ik krijg de beste prijs en optimaal beheergemak en zij gingen akkoord met mijn eis dat de contractvoorwaarden gedurende de gehele looptijd niet wijzigen, al vergde dat nogal wat overredingskracht. We geloven bovendien heilig in samenwerking met lokale partijen; dat kunnen autodealers zijn, maar ook een lokale fietsenhandel en de Profile Tyrecenter om de hoek. Met hen onderhandel ik over kortingen en service en daarna heb ik er geen omkijken meer naar. Profile stuurt bijvoorbeeld de mensen die in aanmerking komen voor een winterbandenwissel gewoon een mailtje dat het weer tijd wordt en iedereen regelt het vervolgens zelf. Het werkt allemaal perfect. De lijnen zijn kort, ik heb altijd dezelfde mensen aan de telefoon en als er eens iets misgaat is het binnen een mum van tijd opgelost. Daardoor hoef ik geen overbodige dingen te doen en kan ik me concentreren op mijn kerntaken.”

“Samenwerking betekent voor mij ook af en toe je licht opsteken bij anderen. Ik heb bij talloze importeurs en dealers gezeten om ze onze toekomstdoelen uiteen te zetten, onder het motto: nu weet je wat we zoeken, denk hier slim in mee en help ons met oplossingen te komen. Dat is leuk, want zo kijk je bij elkaar in de keuken, denk je minder vanuit je eigen product, maar vanuit het bereiken van zo’n doel.”

Helikopterblik

“Ik werk nauw samen met onze manager duurzaamheid en een IT-collega die onze digitale dashboards maakt. Vaak schuiven onze HR-collega’s aan, de contractmanager inkoop en een van onze vermogensbeheerders – als ervaringsdeskundige – en onze directeur finance & control. We hebben een helder beleid en dankzij onze dashboards is elke denkbare parameter waarmee we te maken hebben volledig inzichtelijk. Het kostte wel wat moeite om onze partners daarin mee te krijgen, want we verlangen van ze dat ze hun maandelijkse rapportages op een specifieke manier aanleveren. Dat geldt voor iedereen, of het nu leasemaatschappijen zijn, leveranciers of reisbureaus. Maar de voordelen zijn groot: we hebben altijd een compleet overzicht van elke denkbare reisbeweging in elke denkbare modaliteit, van fiets tot vliegtuig, en dat doet niemand anders. Daardoor heb ik een helikopterblik op het beleid: ik werk met het totale plaatje. Willen we weten hoeveel medewerkers binnen 20 kilometer van de zaak wonen en met de elektrische fiets reizen? Een druk op de knop en we weten het.”

5 tips

1. Laat zien wat je beleid oplevert – toon de harde feiten.
2. Laat zien wat er binnen de beperkingen van het beleid allemaal wél mogelijk is.
3. Laat iedereen vragen stellen – leg je beleid uit en creëer zo draagvlak.
4. Steek je licht op bij collega’s.
5. Prikkel je partners tot creatief meedenken.

“We waren vroeg met hybrides en EV’s. We hebben al snel bepaald dat je, om in aanmerking te komen voor een plugin-hybride, niet verder dan 40 kilometer enkele reis van je werk mag wonen. En in de normcalculatie voor de leaseovereenkomst nemen we standaard een bedrag van 2.500 euro mee voor een laadpaal aan huis – of je ‘m nu kiest of niet.”

“Op EV-gebied leaseten we voor zakelijke ritjes voor facilities een van de eerste Nissans Leaf die op de markt kwamen. Om het personeel ook kennis te kunnen laten maken met elektrisch
rijden hebben we er daarna een tweede bij geleaset via Mister Green, die mensen konden gebruiken voor hun zakelijke ritten. Dat werd een redelijk succes, er was veel animo voor en de mensen waren echt geïnteresseerd. Maar de contracten liepen af en nu zitten we met de vraag: welke nemen we nu? We overwegen om een EV te in te zetten die onze mensen dan zowel zakelijk als privé kunnen gebruiken – voor het privégedeelte kunnen ze ‘m dan gewoon van ons huren op basis van een reserveringssysteem, dat werkt via het toegangspasje van de medewerkers. Maar het is heel belangrijk dat dit goed in te richten om achteraf problemen met de fiscus te voor-komen.”

Innovatie

“Waar ik telkens tegenaan loop is dat we aan de vooravond staan van enorme veranderingen, maar dat de overheid zowel op fiscaal gebied als op het gebied van infrastructuur enorm achterloopt. Met het fiscale beleid rond plug-inrijden heeft de overheid alleen maar fiscale sores veroorzaakt. Nu willen de mensen elektrisch rijden; de fabrikanten komen met de geschikte producten met – heel belangrijk – eindelijk voldoende actieradius, maar we kunnen er nog zo weinig mee, omdat de visie en het beleid van de overheid, ook van lokale overheden, voor elektrisch rijden ontbreken.

De mensen willen elektrisch rijden, maar de visie en het beleid van de overheid om dat mogelijk te maken ontbreken.”De mensen willen elektrisch rijden, maar de visie en het beleid van de overheid om dat mogelijk te maken ontbreken.

Er is een goede infrastructuur nodig, en bedrijven gaan die niet aanleggen. Dat heeft gevolgen voor onze keuzes. Wij hebben nu al laadpaalfiles en zoeken naar oplossingen. Maar als ik straks 200 EV’s zou hebben staan, zou ik een eigen hoogspanningsmast moeten laten plaatsen; dat is niet te doen. En dat is zonde, want ik geloof echt in elektrisch rijden – ook als het een tussenstap zou blijken te zijn.” 

Concepten en toekomst

“Ik was trots op mijn nominatie voor Mobiliteitsmanager van het Jaar, hoewel de verschillen tussen de kandidaten aantoonden hoe verschillend mobiliteitsbehoeften bij verschillende partijen zijn. Het is soms een beetje appels met peren vergelijken. Ik denk ook dat je mobiliteitsconcepten zelf moet bedenken, zodat ze optimaal bij jouw organisatie passen. Wij hebben bijvoorbeeld te maken met vliegreizen, dat vergt oplossingen die anderen niet nodig hebben – en die veel mobiliteitskaarten en -concepten niet eens bieden. Maar daar kunnen anderen wél van leren en andersom.

p13 interview mobiliteit“Het is helemaal niet ondenkbaar dat mijn functie bij PGGM gaat verdwijnen. Door de technologie wordt alles immers meetbaar: je krijgt straks gewoon een paar kpi’s waar je binnen moet blijven en de berijder krijgt ’s avonds op de bank simpelweg een rood of een groen mailtje toegestuurd. Ik denk weleens: eigenlijk moet PGGM over een paar jaar helemaal geen leaseauto’s meer willen hebben. Geef de mensen een mobiliteitsbudget en laat ze het allemaal zelf regelen; private lease is in dat kader een prachtig product, maar er is zoveel meer mogelijk. Misschien hebben we straks helemaal geen mobiliteitskaarten meer nodig.”

“Ik geloof erin om mensen zoveel mogelijk zelf te laten doen. Ik wil mezelf als het ware overbodig maken. Ik doe geen dingen die niets toevoegen. Ik ben continu bezig met het bedenken van nieuwe, betere manieren om onze missie nog effectiever te kunnen uitvoeren en daar wil ik me op blijven richten, want er komen geweldig interessante ontwikkelingen aan, zoals autonoom rijden, waar ik enorm benieuwd naar ben. Maar er is soms zo weinig animo voor het bedenken van innovaties. Neem zo’n reserveringssysteem voor een EV via het toegangspasje van de medewerkers: niemand bood die oplossing, die moesten we zelf bedenken. Maar ik geef toe: soms ben ik ook té ongeduldig. Er wordt weleens tegen mij gezegd: Henk, ga alsjeblieft even wat langzamer – jij bent al de hoek om, maar wij beginnen net te lopen.”

PGGM in cijfers

PGGM is een coöperatieve pensioenuitvoeringsorganisatie met ruim 725.000 leden in de sector zorg en welzijn. PGGM verleent ook diensten op het gebied van vermogensbeheer, pensioenbeheer en bestuursadvisering. Op het hoofdkantoor in Zeist werken 1.500 medewerkers. Daarvan komen er 330 in aanmerking voor een mobiliteitspakket. Het wagenpark van PGGM omvat 230 auto’s, allemaal op geel kenteken. Dit jaar maken PGGM’ers tussen de 1.600 en 1.700 zakelijke vluchten. In 2016 bedroeg de totale CO2-uitstoot van PGGM 5.330 ton CO2 (tegen 6105 ton een jaar eerder); 50 procent daarvan kwam voor rekening van het wagenpark, 24 procent uit vliegreizen, 14 procent uit papiergebruik, 7 procent uit verwarming en 6 procent uit het OV. In 2020 wil PGGM zijn CO2-voetafdruk met 30 procent hebben verlaagd ten opzichte van 2015.